Past Simple of Past Continuous Oefening 2

Soms is het niet direct duidelijk welke tijd je moet gebruiken om over dingen in het verleden te praten: past simple of past continuous. Dit zijn de twee tijden die het meest gebruikt worden om over het verleden te praten.

Je gebruikt deze tijden om over het verleden te praten, maar je gebruikt ze niet in dezelfde context. Kort gezegd gebruik je de past simple voor korte, eenmalige acties en gewoontes in het verleden. De past continuous gebruik je voor acties in het verleden waarbij de nadruk ligt op de duur van deze acties of wanneer een actie bezig was.

Voor een gedetailleerd overzicht van de past simple, klik hier. Voor een uitgebreid overzicht van wat de past continuous juist is en hoe je die vormt, klik hier.

Past simple of past continuous oefening

Om het verschil tussen deze tijden duidelijk te maken heb je op deze pagina een oefening waarbij je moet kiezen tussen past simple of past continuous. Je moet ook de juiste vorm invullen van de werkwoorden. Kijk goed naar de context en lees de volledige zin vooraleer het werkwoord in te vullen.

Hieronder vind je de oefening:

Past Simple of Past Continuous Mixed Oefening 2

Vervolledig deze zinnen met de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes. Kies tussen de past simple en past continuous.
1.
His computer (to explode) while we (to talk) on Skype.
2.
Our friend (to be) involved in an accident when he (to be) little.
3.
He (to explain) everything really well and he (to use) hand gestures.
4.
We (to go) to school by bike, even when it (to rain).
5.
He always (to eat) a banana after school while he (to watch) TV.
6.
My cousin (to steal) a bike once when he (to be) still in school.
7.
She (to enjoy) the view when a bird (to poop) on her head.
8.
(you, to hit) on that girl when she (to hit) you in the face?
9.
The boss (to explain) the plan while he (to smoke) a cigar.
10.
I (to take) a shower this morning.

Meer oefeningen

Gerelateerde artikels