1. Home
  2. /
  3. Oefeningen
  4. /
  5. Past Simple of Past Continuous Oefening 4

Past Simple of Past Continuous Oefening 4

Past Simple of Past Continuous Oefening 4 Taalhulp Engels
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp

Soms is het niet direct duidelijk welke tijd je moet gebruiken om over dingen in het verleden te praten: past simple of past continuous. Dit zijn de twee tijden die het meest gebruikt worden om over het verleden te praten.

Je gebruikt deze tijden om over het verleden te praten, maar je gebruikt ze niet in dezelfde context. Kort gezegd gebruik je de past simple voor korte, eenmalige acties en gewoontes in het verleden. De past continuous gebruik je voor acties in het verleden waarbij de nadruk ligt op de duur van deze acties of wanneer een actie bezig was.

Voor een gedetailleerd overzicht van de past simple, klik hier. Voor een uitgebreid overzicht van wat de past continuous juist is en hoe je die vormt, klik hier.

Past simple of past continuous oefening

Om het verschil tussen deze tijden duidelijk te maken heb je op deze pagina een oefening waarbij je moet kiezen tussen past simple of past continuous. Je moet ook de juiste vorm invullen van de werkwoorden. Kijk goed naar de context en lees de volledige zin vooraleer het werkwoord in te vullen.

Hieronder vind je de oefening:

Past Simple of Past Continuous Mixed Oefening 4

Vervolledig deze zinnen met de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes. Kies tussen de past simple en past continuous.
1.
He (to talk) to his friends when he (to see) a parrot.
2.
While we (to have) dinner, I (to get) a call from Barack Obama.
3.
I (to buy) an umbrella because it (to rain) all day.
4.
They (to scream) to get the attention of the neighbours.
5.
My iPhone (to charge) the whole night.
6.
She (to make) exercises while she (to listen) to music.
7.
He (constantly, to check) his watch. So annoying!
8.
My friend and me (always, to go) to school by bike.
9.
You (not, to help) me at all. Why (I, to call) you again?
10.
Stop nagging! You (to get) what you (to want).

Meer oefeningen

Gerelateerde artikels

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email

Taalhulp Engels

Sinds September 2020 is deze website een digitaal platform waar iedereen gratis Engels kan leren. Je kan hier starten vanaf 0, of je kan je kennis verder uitbreiden met een breed gala aan oefeningen over allerlei grammaticale aspecten en woordenschat.

Recente artikels

Meest gelezen