Past Simple of Past Perfect Oefening 5

Soms is het niet direct duidelijk welke tijd je moet gebruiken om over dingen in het verleden te praten: past simple of past perfect (simple).

Je gebruikt deze tijden om over het verleden te praten, maar je gebruikt ze niet in dezelfde context. Kort gezegd gebruik je de past simple voor korte, eenmalige acties en gewoontes in het verleden. De past perfect (simple) gebruik je wanneer je praat over acties die eerder gebeurd zijn, dus in een verder verleden.

Voor een gedetailleerd overzicht van de past simple, klik hier. Voor een uitgebreid overzicht van wat de past perfect juist is en hoe je die vormt, klik hier.

Past simple of past perfect oefening

Om het verschil tussen deze tijden duidelijk te maken heb je op deze pagina een oefening waarbij je moet kiezen tussen past simple of past perfect (simple). Je moet ook de juiste vorm invullen van de werkwoorden. Kijk goed naar de context en lees de volledige zin vooraleer het werkwoord in te vullen.

Hieronder vind je de oefening:

Past Simple of Past Perfect Mixed Oefening 5

Vervolledig deze zinnen met de juiste vorm van het werkwoord in de past simple of past perfect.
1.
My brother (to earn) some money after he (to sign up) for the affiliate program.
2.
We (to take) our car, (to drive) to the lake and (to enjoy) the sun.
3.
(we, to have) a lot of fun when we (to be) in high school?
4.
Why (he, to drop out) of high school? Because he (to fail) almost every course.
5.
That poor guy (to break) his back last year.
6.
She (never, to swim) more than 1km before she (to attempt) to swim 5km in one go.
7.
That criminal (to kill) another man because the other man (to insult) his wife
8.
Senna (to be) the best before he (to pass away)
9.
I (not, to do) my best.
10.
Why (he, to bring) his girlfriend after I (to tell) him not to bring her?

Meer oefeningen

Gerelateerde artikels