Past Simple Oefening 1

De past simple (of simple past) is de standaard tijd in het Engels om over dingen uit het verleden te praten. Je gebruikt deze tijd vooral voor korte acties en gewoontes in het verleden. Het is belangrijk dat deze gebeurtenissen volledig voorbij zijn.

Op deze pagina heb je een oefening over het vormen van deze tijd.

Hieronder vind je de oefening:

Past Simple Oefening 1

Vervolledig deze zinnen door de juiste vorm van het werkwoord in te vullen in de past simple.
1.
Last month, my cousin (to win) a prize.
2.
I (to fall) on my face when I was a kid.
3.
He (to score) a magnificent touchdown in the final seconds of the game.
4.
You (to marry) your best friend.
5.
Tenses (to be) a lot easier when I was in school.
6.
Michael Jackson (to receive) multiple awards in the nineties.
7.
She (to give) me a new computer.
8.
The neighbours (to have) a huge fight yesterday.
9.
I (to drink) too much last week.
10.
Eliud Kipchoge (to break) the world record in the marathon in 2018.

Meer oefeningen over de past simple

Gerelateerde artikels